Vraag.. » Vraagbaak 2 » Vraagbaak 3

artikel 10 lid 2

Vraag: Wat zijn de boven cao-lijke rechten en gaan deze allemaal mee over?

Antwoord: Boven cao-lijke rechten zijn aanspraken die een werknemer heeft verworven bij de oude werkgever en die afwijken van of uitstijgen boven de aanspraken die voortvloeien uit de cao (er is geen grondslag voor te vinden in de cao). De (rest-)vereveningstoeslag is geen boven cao-lijk recht, maar een recht afkomstig uit oudere cao-afspraken, en kan dus niet eenzijdig worden afgebouwd.


De boven cao-lijke rechten dienen overgenomen te worden door de verkrijgende cateraar. Het gaat daarbij om zaken die naar de aard redelijkerwijs over te dragen zijn. Dit zal per concreet geval beoordeeld dienen te worden. In beginsel zijn alle zaken die in geld zijn uit te drukken over te dragen en dienen daarom door de verkrijgende cateraar overgenomen te worden. De boven cao-lijke rechten komen vervolgens in aanmerking voor de afbouwregeling.

In beginsel worden ook de arbeidstijden van de werknemer overgenomen tenzij een zwaarwegend belang van de werkgever zich daartegen verzet.

Vastgesteld ouderschapsverlof en vastgestelde vakantie wordt overgenomen. Op de overdracht van vakantiedagen is het bepaalde in bijlage 10 van de cao van toepassing.


artikel 10 lid 10

Vraag: Mag de nieuwe cateraar, na overname van het contract, de medewerkers op een andere locatie te werk stellen?

Antwoord: Uitgangspunt is dat de nieuwe cateraar de werknemer op de overgenomen locatie te werk stelt. Indien dit niet mogelijk is, heeft de nieuwe werkgever een herplaatsingsplicht voor de werknemers en kan de werkgever de werknemer op een andere locatie te werk stellen.

Hierbij dient rekening te worden gehouden met een maximale reistijd conform artikel 19 cao.


artikel 11 lid 8a/9a/9c

Vraag: Op grond van lid 8a kan er recht bestaan op een aanvullingsperiode van maximaal 2,5 jaar. In lid 9a wordt gesproken over een maximumperiode van 2 jaar. Dit lijkt in tegenspraak met elkaar.

Antwoord: Op grond van lid 9a wordt de maximum aanvullingsperiode op 2 jaar gesteld.

Deze twee jaar wordt verdeeld in 4 gelijke periodes. Indien de werknemer op grond van lid 8a recht heeft op een aanvullingsperiode van 2,5 jaar, dan heeft de werknemer gedurende dat laatste half jaar recht op een aanvulling van 25%.

Bijvoorbeeld:

Op grond van lid 8 sub a bestaat er recht op een aanvullingsperiode van 2,5 jaar. De werknemer heeft dan op grond van lid 9 sub a recht op 6 maanden 100%, 6 maanden 75%, 6 maanden 50% en 6 maanden 25%. Vervolgens heeft de werknemer op grond van lid 9 sub c gedurende de laatste 6 maanden nog recht op 25%.

Vraag: Hoe wordt omgegaan met de aanvullingsperiode en afbouwregeling?

Antwoord: Op grond van artikel 11 lid 8 wordt eerst bepaald wat de lengte van de aanvullingsregeling is. De lengte van de aanvullingsregeling wordt in vier gelijke delen opgedeeld (aritkel 11 lid 9). De aanvullingsregeling (de eerste deelperiode) gaat lopen vanaf het moment van de contractswisselingdanwel contractswijziging, mits de werknemer hierover schriftelijk is geïnformeerd.Voordat de nieuwe cateraar de arbeidsovereenkomst van de werknemer mag aanpassen, zal hij hiervoor naar het CWI, kantonrechter dan wel toetsingscommissie moeten gaan. Tijdens deze procedure blijft de werkgever 100% (de eerste deelperiode) loon door betalen. Nadat het cwi toestemming heeft gegeven voor ontslag en nadat de opzegtermijn is afgelopen, danwel na de uitspraak van de kantonrechter of toetsingscommissie, mag de arbeidsovereenkomst door de nieuwe cateraar worden aangepast. Op dat moment bekijkt de werkgever in welke deelperiode de werknemer zit. Afhankelijk van de uitkomst gaat de aanvulling daadwerkelijk lopen.

Bijvoorbeeld:

Op grond van lid 8 is de aanvullingsperiode 1 jaar. Op grond van lid 9 wordt die opgedeeld in vier gelijke delen, te weten 3 maanden 100%, 3 maanden 75%, 3 maanden 50% en 3 maanden 25%.

Stel de procedure bij het cwi inclusief opzegtermijn bedraagt 2 maanden. Na die tijd mag de werkgever het contract aanpassen. De werknemer heeft dan nog recht op 1 maand van 100% en vervolgens 3 maanden van 75%, 3 maanden van 50% en 3 maanden van 25%.

Stel de procedure bij het cwi inclusief opzegtermijn bedraagt 4 maanden. De werknemer heeft dan gedurende die 4 maanden recht op 100%. Vervolgens mag het contract worden aangepast. De werknemer zit dan al in het gedeelte van 75%. De werknemer heeft dan nog recht op 2 maanden 75% (in plaats van 3 maanden omdat hij een maand extra 100% heeft gekregen),

3 maanden 50% en 3 maanden 25%.

NB: de werking moet vooraf goed met de werknemer worden gecommuniceerd.


Percentage sociale lasten

Voor de opslag voor het percentage sociale lasten worden de premies, die de werkgever betaalt over het loon van de werknemer, bij elkaar opgeteld. De percentages zijn vastgesteld door wet- en regelgeving en zijn soms afhankelijk van een franchise:

Pemba I en II; WGA; AWF; WGF; ZVW; AOW; ANW; AWBZ; O.R; FBA; FBS; SUCON en extra premie SUCON; Pensioenfonds.

Terug naar Vraagbaak 2