Verhoging AOW-leeftijd

Verschil in gevolgen voor deelnemers onder SUCON I en voor deelnemers onder SUCON II
De gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd zijn voor werknemers die van de VUT gebruik maken of willen maken verschillend. Wat die verschillen zijn, leggen we hieronder uit.

Gevolgen verhoging AOW-leeftijd voor werknemers die onder SUCON I vallen (geboortejaren t/m 1949)

1. Werknemers die al van de VUT-regeling van SUCON I gebruik maken

Deze werknemers ontvangen nu al een uitkering van SUCON I of gaan deze nog voor 1 januari 2013 ontvangen. SUCON I kan geen VUT-uitkeringen verstrekken na de 65ste verjaardag van de deelnemer. De VUT-uitkering van SUCON I stopt dus op de 65ste verjaardag van de deelnemer. Doorbetaling tot aan de verhoogde AOW-datum zou dermate ingrijpende fiscale gevolgen hebben dat het in feite onmogelijk is uit te keren na de leeftijd van 65 jaar.

Dit betekent dat werknemers die nu al een VUT-uitkering hebben of nog voor 1 januari 2013 gaan krijgen en waarvan de VUT-uitkering nog doorloopt na 1 januari 2013, te maken krijgen met een AOW-gat. Om hoeveel maanden het gaat is af te lezen uit de verderop opgenomen tabel leeftijdsverhoging AOW. Het ziet ernaar uit dat er voor deze groep deelnemers een ‘overbruggingsregeling AOW-verhoging’ van de Overheid gaat komen waar zij onder bepaalde voorwaarden onder zullen vallen. In het regeerakkoord staat namelijk dat die regeling ontworpen wordt en wel voor mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een VUT-of vroegpensioenregeling (dit is een prepensioenregeling).Wat de regeling precies gaat inhouden is nog niet bekend. Wel is bekend dat een belangrijke voorwaarde om onder die Overbrugginsregeling te vallen is dat het inkomen niet hoger mag zijn dan 150% van het Wettelijk Minimumloon. Dat bedrag komt per 1 januari 2013 neer op € 2204,10 (exclusief vakantietoeslag).

2.Werknemers die nog van de SUCON I-regeling gebruik gaan maken

Ook voor deze deelnemers, die vanaf 1 januari 2013 nog gebruik gaan maken van de VUT-regeling van SUCON I, stopt de VUT-uitkering op de 65ste verjaardag. Zodoende krijgen ook zij te maken met een AOW-gat. Omdat deze deelnemers op dit moment niet al deelnemer zijn aan een VUT-regeling of een vroegpensioenregeling, vallen zij op dit moment niet onder de Overbuggingsregeling van de Overheid. Indien een werknemer tot deze groep behoort, is het raadzaam speciaal contact op te nemen met SUCON.

Aangezien voor deze werknemers de uitkering van SUCON stopt op de 65ste verjaardag, krijgen zij niet te maken met het langer moeten doorwerken vanwege de verhoogde AOW-datum. De VUT-toetredingsleeftijd wordt dus voor deze groep werknemer niet verhoogd. De VUT-uittredingsdatum blijft voor hen dus 62,5 jaar (geboortejaar 1948) of 63 jaar (geboortejaar 1949).

Hoogte uitkering SUCON I van de 1e van de maand waarin de deelnemer 65 jaar wordt tot aan de 65ste verjaardag
Over dit laatste stukje van de VUT-uitkeringsperiode, kan SUCON I alleen een uitkering geven ter hoogte van een fiscaal gemaximeerde AOW-compensatie. Indien de Vut-uitkering van een deelnemer hoger is dan dit maximaal toegestane AOW-bedrag, dan wordt de VUT-uitkering (pro rata) afgetopt op dit maximaal toegestane AOW-bedrag. Dit bedrag bedraagt momenteel € 1529,98 op basis van een volle maand. Dit is tweemaal de geldende uitkering voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag.

Gevolgen verhoging AOW-leeftijd voor werknemers die onder SUCON II vallen (geboortejaren 1950 t/m 1953)

a. Werknemers die al van de VUT-regeling van SUCON II gebruik maken
Het gaat hier uitsluitend om werknemers die op grond van een 40-jarig dienstverband en een minimumleeftijd van 61 jaar al een uitkering van SUCON II ontvangen of voor 1 januari 2013 zullen gaan ontvangen. In tegenstelling tot SUCON I, kan SUCON II wettelijk en fiscaal gezien wel uitkeren na de 65ste verjaardag van de deelnemer tot aan de verhoogde AOW-datum. Echter, SUCON II zal alleen uitkeren na de 65ste verjaardag van deze deelnemers tot aan de verhoogde AOW-datum als deze deelnemers niet onder een ‘overbruggingsregeling AOW-verhoging’ van de Overheid komen te vallen. Als de deelnemer hier wel onder komt te vallen dan beeindigt SUCON II de VUT-uitkering op de 65ste verjaardag van de deelnemer.

b. Werknemers die nog van de SUCON II-regeling gebruik gaan maken.
Voor alle werknemers die vanaf 1 januari 2013 gebruik gaan maken van de VUT-regeling onder SUCON II, geldt een verhoogde VUT-uittredingsdatum als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd. De verhoging van de AOW-leeftijd brengt dus met zich mee dat de werknemers die een VUT-uitkering kunnen krijgen van SUCON II, met ingang van 1 januari 2013 pas later met de VUT kunnen gaan. De VUT sluit hier aan op de AOW-datum en doordat werknemers pas later een AOW-uitkering gaan ontvangen, kan ook de VUT pas later ingaan. De totale uitkeringsduur verandert niet maar de periode schuift op.

Hoe wordt de ingangsdatum van de nieuwe VUT-uittredingsdatum bepaald?
Dit is af te lezen uit de tabel “AOW-leeftijd en VUT-uittredingsdatum”. Als de AOW-datum 3 maanden later ligt dan de 65ste verjaardag, dan wordt ook de VUT-uittredingsdatum met 3 maanden verhoogd. De VUT-uitkering kan nog steeds alleen ingaan op de eerste dag van een maand en wel op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de (verhoogde) VUT-uittredingsleeftijd wordt bereikt. Net als onder de oude regeling kan de totale uitkeringsduur in de nieuwe regeling maximaal 23 maanden bedragen plus het aantal dagen van de 1e van de maand waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt tot de datum waarop de AOW-leeftijd wordt bereikt.

Tabel AOW-leeftijd en VUT-uittredingsdatum

Verhoging AOW-leeftijd

U bent geboren:

U krijgt AOW in:

Uw leeftijd als uw AOW-uitkering ingaat is:

VUT-uittredingsleeftijd

na 30 november 1948 en voor
1 november 1949

2014

65 jaar + 2 maanden

63 jaar

na 31 oktober 1949 en voor
1 oktober 1950

2015

65 + 3 maanden

63 + 3 maanden (geboortejaar t/m 1949: 63 jaar)

na 30 september 1950 en voor
1 augustus 1951

2016

65 + 5 maanden

63 + 5 maanden

na 31 juli 1951 en voor 1 juni 1952

2017

65 + 7 maanden

63 + 7 maanden

na 31 mei 1952 en voor 1 april 1953

2018

65 + 9 maanden

63 + 9 maanden

na 31 maart 1953 en voor
1 januari 1954

2019

66 jaar

64


Een voorbeeld: Als u na 30 september 1950 maar voor 1 augustus 1951 bent geboren, is de VUT-toetredingsleeftijd 63 jaar plus 5 maanden en de AOW-datum 65 jaar plus 5 maanden.

Verandert er iets voor werknemers onder SUCON II die met een 40-jarig dienstverband en het bereiken van de (minimale) 61-jarige leeftijd kunnen uittreden?

Hierop wordt dezelfde regel toegepast als voor deelnemers onder SUCON II met een ‘normale’ dienstjaren-eis. De VUT-uittredingsdatum schuift zoveel maanden naar later op als de AOW-datum wordt verhoogd. Voor de nieuwe toetreders met een 40-jarig dienstverband verschuift dus, net als bij deelnemers met een ‘normale’ dienstjaren-eis, de VUT-uitkeringsperiode.

Verandert er iets aan de dienstjaren-eis?
Aan de dienstjaren-eis verandert niets. Voor werknemers die geboren zijn in 1948 of 1949 en vanaf 1 januari 2013 uittreden op basis van de (ongewijzigde) leeftijd van 62,5 jaar respectievelijk 63 jaar verandert er niets; er blijft een referteperiode gelden van 16 jaar. Voor de werknemers met de geboortejaren 1950 t/m 1953 die vanaf 1 januari 2013 uittreden op basis van 63 jaar plus het aantal maanden waarmee voor de werknemer de ingangsdatum van de AOW wordt verhoogd, blijft een referteperiode gelden van 18 jaar. Ook aan de overige voorwaarden voor VUT -waaronder de betaling van de extra premie van 3,5%- verandert niets.

Uitzondering met betrekking tot dienstjaren-eis

Het kan zijn dat een werknemer onder de oude VUT-regeling pas later dan zijn VUT-leeftijd voor een VUT-uitkering in aanmerking was gekomen. Dit komt voor als de werknemer op het moment dat hij de VUT-leeftijd bereikt, nog niet voldoende jaren in de branche heeft gewerkt en dus op dat moment nog niet aan de dienstjaren-eis voldoet. In deze gevallen schuift de VUT-ingangsdatum op met zoveel maanden als de AOW-datum wordt verhoogd. Op die manier blijft het aantal uitkeringsmaanden ook voor deze werknemers, onder de nieuwe regeling gelijk als onder de oude regeling en ondervinden zij ten opzichte van andere deelnemers geen voordeel van het opschuiven van de AOW-datum. Verwezen wordt naar de laatste voorbeeldberekening.

Toekomstige verdere verhogingen van de AOW-leeftijd

De verhoging van de AOW-leeftijd is nog steeds een onderwerp in de politiek. In het recente regeerakkoord is een verdere versnelling van de verhoging van de AOW-leeftijd voorzien. Eventuele verdere verhoging van de AOW-leeftijd zal opnieuw gevolgen hebben voor de VUT. De informatie uit deze nieuwsbrief is gebaseerd op hetgeen momenteel (begin november 2012) wettelijk is vastgelegd.

Voorbeelden berekening nieuwe VUT-datum

Mevrouw Jansen

Geboortedatum: 21 december 1949
AOW-datum: 21 maart 2015
Dienstjaren-eis: mevrouw Jansen voldoet op 1 januari 2013 aan de dienstjaren-eis.
VUT-datum: 1 januari 2013 (er geldt geen verhoogde toetredingsleeftijd)
Einddatum VUT-uitkering: 21 december 2014

De heer Pietersen

Geboortedatum: 15 juli 1953
AOW-datum: 15 juli 2019
Dienstjaren-eis: de heer Pietersen voldoet op 1 augutus 2017 aan de dienstjaren-eis.
VUT-datum: 1 augustus 2017
Einddatum VUT: 15 juli 2019

Mevrouw van de Berg

Geboortedatum: 27 augustus 1952
Oude VUT-datum: 1 oktober 2016
Oude AOW-datum: 27 augustus 2017
Dienstjaren-eis: mevrouw van de Berg voldoet op 1 oktober 2016 aan de dienstjaren-eis.

Aantal maanden VUT zou 10 zijn geweest. Doordat deze mevrouw pas op 1 oktober 2016 aan de dienstjareneis kan voldoen is onder de oude vut-regeling de uitkeringstermijn 10 maanden.

Nieuwe VUT-datum: 1 juli 2017
Nieuwe AOW-datum: 27 mei 2018.
Aantal maanden VUT is eveneens 10. Mevrouw van de Berg voldoet formeel op 1 oktober 2016 al aan de dienstjaren-eis, maar de referteperiode wordt met hetzelfde aantal maanden opgeschoven als de AOW-verhoging, namelijk met 7 maanden van 1 oktober 2016 naar 1 juli 2017.