Cao 1 april 2012 tot 1 april 2013

Voor informatie over de huidige cao (1 april 2013 tot 1 april 2014) kijkt u hier.

Toelichting artikel 7 en 38

Artikel 7: De arbeidsovereenkomst
Er staat een onduidelijkheid in artikel 7 lid 2, 2e deel.  De zin die begint met 'Indien er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd  is afgesloten vóór 1 april 2012 dan geldt nog......' moet als volgt luiden: 'Indien er een keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is afgesloten vóór 1 april 2012 dan geldt nog.....'.

Artikel 38: Uitzonderingsbepaling overwerk
Voor werknemers met een loonniveau van salarisgroep 7 of hoger van deze cao die via hun werkgever vrijwillig bij deze cao zijn aangesloten gelden de bepalingen van deze cao omtrent overwerk niet, een en ander met behoud van bestaande rechten.

Dit artikel heeft betrekking op werknemers van het hoofdkantoor, en niet op werknemers die op een locatie werkzaam zijn (artikel 1 sub 3 van de cao).

Instructie urenregistratie i.v.m. 20%-criterium

Bij een contractswisseling of contractswijziging met de opdrachtgever is een goede urenregistratie van groot belang. Zeker als de totale inzet van arbeidsuren op een locatie daalt met 20% of meer (het zogenaamde 20%-criterium). Onder specifieke voorwaarden kan de werkgever dan de (uren in) arbeidsovereenkomsten met werknemers afbouwen. Dit is geregeld in artikel 11 van de cao. Als uren onjuist worden geregistreerd, kan het erop lijken dat geen afbouw volgens artikel 11 van de cao mogelijk is terwijl het tegendeel het geval is.

In de cao is geregeld dat er mag worden afgebouwd als de totale inzet van arbeidsuren (inclusief de flexuren) op locatie met 20% ofmeer daalt. Naast de vaste uren worden dus ook de flexuren meegenomen. Het blijkt dat deze niet altijd worden geregistreerd op de rapportagelijst. Hierdoor kan bijvoorbeeld de volgende situatie ontstaan:

Op een locatie zijn 10 medewerkers werkzaam. Elk van de medewerkers heeft een contract van 20 uren per week. De aard van de dienstverbanden zijn: 7 maal een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, 2 uitzendkrachten en 1 regiomedewerker zonder vaste locatie. In dit voorbeeld is dus sprake van een inzet van 200 uren per week. De opdrachtgever gaat deze locatie in een tender zetten en de inschrijving vindt plaats op 160 uren verdeeld over 9 medewerkers. Dus een gemiddelde van 17,8 uren per week. De inschrijver krijgt op basis hiervan de opdracht gegund. Door een daling van 200 uren naar 160 uren is het mogelijk om af te bouwen. De daling bedraagt namelijk 20%.

Om de overgang van personeel op te kunnen starten wordt de overplaatsingslijst klaar gemaakt en daarop 7 medewerkers (met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) vermeld. De regiomedewerker is niet vast en de uitzendkrachten worden door de latende werkgever niet opgegeven omdat zij ook niet als vast personeel worden geregistreerd. Doordat hier de flexuren niet worden opgegeven, ontstaat de situatie dat het erop lijkt dat er geen sprake is van een daling van 20% of meer. Sterker, het lijkt alsof er sprake is van een uitbreiding van personeelsinzet terwijl het tegendeel waar is. Gevolg is dan ook dat de 7 werknemers met een contract voor onbepaalde tijd wel worden overgenomen maar dat hun arbeidsovereenkomsten vanwege de drempel van 20%, niet afgebouwd mogen worden naar 17,8 uren.

Conclusie is dat de informatie van de rapportagelijst bestaat uit alle ingezette uren, dus ook van de flexuren. Zie daarvoor ook de rapportagelijst opgenomen als bijlage 11a van de cao.

De werkgever is verplicht de rapportagelijst te verstrekken aan de werknemer die na vaststelling van de 20%-grens, wordt geconfronteerd met afbouw. Indien sprake is van een toetsing door de Toetsingscommissie, verstrekt de werkgever de rapportagelijst ook aan de Toetsingscommissie.

Afspraken en wijzigingen cao 2012-2013